Het groeiseizoen is begonnen. Dat betekent dat het maaien van de gazons, bermen en kruidenstroken weer is opgestart. Het aantal keren dat het gras moet worden gemaaid is afhankelijk van het gekozen onderhoud. Er wordt vaak gemaaid als gekozen is om het gras als gazon te onderhouden. Minder vaak wordt gemaaid als gekozen is het gras als berm te onderhouden. Voor weer een ander onderhoud wordt gekozen als kruidenstroken ecologisch kunnen worden beheerd.
Ecologisch beheer
Daar waar het mogelijk is om natuurwaarden in stand
te houden en/of te versterken wordt een aangepast (maai)beheer
toegepast. Te denken valt aan stroken of plekken waarin en
waarlangs dieren (zoals insekten, amfibiën, knaagdieren en vogels)
voedsel, broedgelegenheid, beschutting en/of een veilige passage
kunnen vinden. Of stroken en plekken waar van nature bijzondere
planten/kruiden kunnen groeien, zoals bijvoorbeeld de Wespenorchis
in onder andere de kruidenstroken langs de Griftlaan of bijzondere
paddestoelen langs de Blikkenburgerlaan.
Om deze natuurwaarden in stand te houden, is er voor gekozen om zo
min mogelijk in te grijpen. Toch moet er gemaaid worden. Wanneer er
namelijk helemaal niet zou worden gemaaid, krijgen kwetsbare (en
dus relatief zeldzame) soorten het erg moeilijk om te concurreren
tegen zich sterker manifesterende soorten. Tevens zullen allerlei
zaailingen ook gaan concurreren met de kruiden en het dezen op den
duur erg moeilijk maken (door bijvoorbeeld het wegnemen van
zonlicht voor de kruiden).
Door ieder jaar rond hetzelfde tijdstip te maaien, te weten in de tweede helft van augustus/eind augustus, kunnen kruiden zich in de loop van de jaren beter handhaven en zich mogelijk verder ontwikkelen. Als daarna ook het maaisel wordt afgevoerd zal uiteindelijk de voedselrijkdom van een dergelijk gebied afnemen, alhoewel hier jaren over heen gaan.
Kruiden die van minder voedselrijke grond houden, krijgen door
deze maatregel dan de gelegenheid om zich te ontwikkelen. Dankzij
deze manier van beheren kunnen dergelijke zones intact blijven en
krijgen zeldzame(re) soorten betere ontwikkelkansen.
Na het maaien blijft het maaisel voor ongeveer een week liggen. In
de loop van die week droogt het maaisel uit en kunnen de zaden uit
het maaisel vallen. Hierdoor wordt er een zadenbank opgebouwd, die
moet voorkomen dat de soortenrijkdom van een dergelijke zone
afneemt. Daarna wordt het maaisel opgeruimd.
Natuurlijk wordt er naar gestreefd om in die bewuste week de
aanliggende terreinen vrij te houden van maaisel en er wordt zoveel
mogelijk voorkomen dat het maaisel buiten de vakken komt. De
weersgesteldheid heeft hier echter een grote rol in, denk maar eens
aan de gevolgen van harde wind. Zelfs als het heel droog weer is
laten we het maaisel ongeveer een week liggen. Dit heeft echter
niets met het in stand houden van de soortenrijkdom te maken. Als
je in een periode van langere droogte maait, vallen de zaden
namelijk al uit tijdens het maaien. Dit heeft te maken met het feit
dat dit zo met de aannemer, die voor de Gemeente Zeist de
maaiwerkzaamheden verzorgd, is afgesproken. Eerst alles maaien,
zowel de grote vlakken als daarna met kleinere stukken en rondom
bomen en obstakels en daarna pas alles afvegen en afvoeren.
Bermen
In de eerste plaats hebben bermen een
verkeerskundige functie (onder andere opsluiting van het
weglichaam) en een civieltechnische functie (zone voor kabels en
leidingen, plaats voor straatmeubilair, borden
en lichtmasten). Daarnaast streeft de gemeente Zeist er
naar om de bermen zo kruidenrijk (aantrekkelijk) mogelijk te
laten ontwikkelen.De bermen in Zeist worden 2x per jaar gemaaid, te
weten rondom de langste dag (juni) en in de periode eind
augustus/september, meteen na het maaien van de kruidenstroken en
zones die ecologisch worden beheerd.
Net als bij ecologisch beheer blijft het maaisel tot een week na
het maaien liggen om de zaden de gelegenheid te geven uit het
maaisel te vallen. Er zijn echter locaties, zoals ondermeer in de
woonkern Den Dolder, waar het niet mogelijk is om het maaisel
zonder te grote overlast een week te laten liggen. Hier wordt dan
ook het maaisel direct na het maaien verzameld en afgevoerd.
Afhankelijk van het weer (warm/koud, nat/droog) zijn in de maanden
vóór de eerste maaironde al delen van de bermen gemaaid, maar dit
vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Het gaat hier om de
zogenaamde zichthoeken en stroken langs de wegen, zodat het verkeer
voldoende overzicht houdt.
Denkt u daarbij ook eens aan evenementen zoals de
avondvierdaagse begin juni, waar hoge kruiden het zicht van
bijvoorbeeld automobilisten op de wandelaars kunnen onttrekken met
alle gevolgen van dien. Of hoge kruiden die door regen verzwaard
over een fietspad hangen.
Ook liggen er in de rand van sommige bermen hondenuitlaatstroken.
Deze randen worden echter niet als berm onderhouden maar als gazon
en dus veel vaker gemaaid. Door deze stroken zo vaak te maaien,
wordt het mogelijk om deze stroken goed te onderhouden. De
hondenuitwerpselen worden namelijk regelmatig met een zuiger
verwijderd.
Gazons
Vanaf week 12/13 begint de aannemer ook
weer met het maaien van de gazons. Na de eerste maaironde in
het jaar wordt ook het maaisel verwijderd. Daarna wordt er alleen
nog gemaaid, dus het maaisel blijft na het maaien liggen, verspreid
over het gazon. Wanneer het veel geregend heeft, met name in Zeist
West, zijn verschillende gazons drassig en daarom slecht
toegankelijk geworden. Er moet dan worden gestopt met maaien, ook
al staat het gras erg hoog. Dit is nodig om te voorkomen dat er met
de maaimachine allerlei diepe sporen worden gereden in het gazon.
Zodra het maaien weer wordt hervat zal er tijdelijk wat meer
maaisel op het gazon kunnen liggen, maar dit “verdwijnt” weer na
een paar maaibeurten. Voor het maaibeeld moet de aannemer tijdens
het maaien het maaisel gelijkmatig spreiden over het gazon. Wanneer
het maaisel erg nat is, is het bijna niet mogelijk om het maaisel
goed te spreiden, omdat het natte maaisel aan elkaar vastplakt. Ook
dit beeld van maaiselplukken “verdwijnt” na een paar maaibeurten
als het gras weer is opgedroogd.
Voor de groenparels in het centrumgebied geldt dat de gazons
strakker worden gemaaid dan in de wijken hier direct omheen. We
noemen dit maaibeeld excellent. Gras dat rondom bomen of paaltjes
en dergelijke staat, moet op dezelfde hoogte zijn afgemaaid als de
rest van het gazon. In de wijken om het centrumgebied mag het gras
iets hoger staan voordat het moet worden gemaaid en mag het gras
rondom bomen en palen en dergelijke 2 keer zo hoog staan als de
rest van het gazon. Dit beeld noemen we gewogen basis.
Om het beeld gedurende het gehele groeiseizoen in stand te houden
moet de aannemer zelf bepalen hoe vaak hij moet maaien. Bij een
lange droge periode kan de maaifrequentie omlaag, maar bij vochtig
warm weer moet er veel vaker worden gemaaid. Aan de hand van een
van te voren afgesproken hoeveelheid controle vakken door heel
Zeist heen wordt wekelijks beoordeeld of de aannemer voldoende
inspanning heeft geleverd om het gevraagde maaibeeld in stand te
houden. Hierbij mag het voorkomen (zolang het binnen een
vastgesteld percentage blijft) dat een deel van deze controlevakken
niet beantwoordt aan het gevraagde maaibeeld. De maaiwerkzaamheden
eindigen in de maand november. Meestal is de temperatuur dan
dusdanig laag dat het gras stopt met groeien, zeker als er al een
paar keer nachtvorst is geweest.
Meer informatie?
Mocht u na het lezen van deze toelichting nog vragen hebben, neemt u dan gerust contact op met de gemeente Zeist via telefoonnummer 14 030