Gemeente Zeist onderzoekt onteigening Joods vastgoed

Categorieën

  • Overig

Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar de koop en verkoop van Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog in Zeist, en het naoorlogse rechtsherstel voor de overlevenden en nabestaanden van de slachtoffers.

Onderzocht wordt wat de rol van het gemeentebestuur is geweest in de Tweede Wereldoorlog bij de onteigening en of de gemeente in de oorlogsjaren zelf onroerend goed van Joden heeft gekocht. En hoe er na de Tweede Wereldoorlog is omgegaan met rechtsherstel en (achterstallige) heffingen zoals erfpacht, straatgeld en rioolgeld.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is in Nederland Joods vastgoed onteigend en verkocht. De nazi’s hielden daarvan een administratie bij, de zogeheten Verkaufsbücher. Door een samenwerking van het Nationaal Archief en het Kadaster zijn data gekoppeld en online beschikbaar gekomen. Ook in onze gemeente is Joods vastgoed onteigend en verkocht. Het gaat op het eerste gezicht om ongeveer 15 panden en percelen. Uit het onderzoek moet blijken of er ook panden door het voormalig gemeentebestuur zijn aangekocht en hoe het gemeentebestuur zich in die tijd tot de ontrechting van Joods vastgoed heeft verhouden.

Burgemeester Koos Janssen: "Als gemeentebestuurder zie ik het als morele plicht om terug te blikken op ons gedrag tijdens deze zwarte bladzijde in onze vaderlandse geschiedenis. Het is goed dat duidelijk wordt wat er toen is gebeurd. Hebben we, kijkend met de kennis van nu, zorgvuldig gehandeld en voldoende compassie getoond voor onze inwoners? Zelfreflectie en transparantie zijn voor mij kernwaarden voor een gemeentebestuur in deze tijd."

Uitvoering onderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd door historisch onderzoeker Maarten-Jan Vos. Als klankbord wordt een begeleidingscommissie ingericht. Deze commissie denkt mee over de opzet van het onderzoek en fungeert als klankbord voor de bevindingen en uitkomsten.

De commissie bestaat uit de volgende mensen uit de (lokale) samenleving met expertise in het onderwerp:

  • Prof. dr. Paul Schnabel, voorzitter
  • Mr. Marianne Kallen-Morren, paatsvervangend voorzitter
  • Dr. Joost Kingma, lid
  • Annemiek Bal, lid
  • Drs. Gerrit van der Vorst, lid
  • Drs. Noortje van Hofwegen, lid
  • 1 of 2 personen vanuit de Joodse vertegenwoordiging via het Centraal Joods Overleg (CJO)

De verwachting is dat het onderzoek in de tweede helft van 2023 wordt afgerond.