Vergunningsvoorwaarden voor verduurzamen monumenten

Als u uw monument verduurzaamt, moet u meestal – maar niet altijd - een vergunning aanvragen. In totaal zijn er drie situaties mogelijk: 

  • U heeft geen vergunning nodig. Dit is het geval bij een beperkt aantal kleine maatregelen.
  • U kunt onder voorwaarden een vergunning krijgen voor zes grotere maatregelen.
  • Uw vergunning is maatwerk. We beoordelen uw aanvraag met behulp van een beoordelingskader. Dit is het geval bij ingewikkelde verbouwingen, zoals onder meer muur- en dakisolatie.

Hieronder gaan we dieper op deze situaties in. Wat u hieronder leest, is een ingekorte versie van de Duurzame Monumentenregeling 2025(Verwijst naar een externe website).

U heeft geen vergunning nodig bij een beperkt aantal kleine maatregelen voor gemeentelijke monumenten en voor niet-monumentale panden binnen een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (de zogenaamde Gemeentelijk Monumentale Structuur). Onderstaande lijst is niet van toepassing op rijksmonumenten.

Het gaat om de volgende kleine maatregelen:

  • Aanpassingen die het monument niet wijzigen en die van buitenaf niet zichtbaar zijn, zoals het isoleren van CV-leidingen, plaatsen van radiatorfolie of het intern plaatsen van een warmtepomp zonder dat hiervoor historische onderdelen hoeven te worden aangepast.
  • Maatregelen die een vervanging betekenen van bestaande voorzieningen zonder dat er een wijziging in de situatie plaatsvindt.
  • Een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen aan een onderdeel van een monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. Er is wél een vergunning nodig, als er sprake is van bijzondere of zeldzame interieurafwerking, zoals historisch waardevol behang, wandbespanning, goudleer of muurschilderingen.
  • Voorzieningen die zonder schade zijn aan te brengen en te verwijderen. Zoals zonwerende folie op glas. 
  • Ventilatiedoorvoeren van beperkte omvang, aan de achterkant van het pand (uitwendige maat maximaal 200 mm), als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd en als het achtererf niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied. Andere voorwaarde is, dat deze doorvoer geen schade toebrengt aan monumentale onderdelen zoals constructieonderdelen of historische binnenafwerking.
  • Doorvoeren in de gevel van beperkte omvang (de ingreep is kleiner of gelijk aan één baksteen) als die gevel niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd en het achtererf niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied. Andere voorwaarde is, dat dit geen schade toebrengt aan monumentale onderdelen zoals bijzonder siermetselwerk;
  • het aanbrengen van een groen dak op een plat dak van een onderdeel van het monument zonder monumentale waarde, op voorwaarde dat dit groen dak zonder schade is aan te brengen en te verwijderen.

Zonnepanelen

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen, zonnecollectoren of andere installaties voor zonne-energie in, aan, op of bij:

  • een gemeentelijk monument 
  • een pand dat op de nominatie staat om een gemeentelijk monument te worden
  • niet-monumenten in een Gemeentelijke Monumentale Structuur

De vergunning wordt in principe verleend als wordt voldaan aan deze voorwaarden:

  • Het betreft geen:
  • beschermd gemeentelijk monument met een bijzondere dakvorm of dakbedekking, waaronder rieten daken
  • beschermd gemeentelijk monument met een bijzonder typologie, zoals kasteel, boerderij, kerk of school
  • Het betreft een achter- of zijdakvlak of plat dak in het achtererfgebied dat niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied en:
  1. de zonnepanelen moeten zonder (blijvende) schade aan het monument weer kunnen worden verwijderd (de plaatsing moet omkeerbaar zijn)
  2. de bestaande dakconstructie en/of dakbedekking wordt niet verwijderd of beschadigd en historische (interieur)onderdelen blijven ongewijzigd
  3. de panelen steken niet uit voorbij de nok, dakvoet, of de dakranden
  4. de zonnepanelen liggen op de dakpannen
  5. de hellingshoek van de zonnepanelen is gelijk aan die van het schuine dak
  6. de zonnepanelen komen niet in plaats van en worden niet verbonden of verkleefd met historische dakbedekkingen
  7. de zonnepanelen worden in een aaneengesloten vlak gelegd, met een regelmatige rangschikking in een geometrisch vlak (dummies of maatwerkpanelen zijn toegestaan om het regelmatige patroon te creëren)
  8. de zonnepanelen worden in dezelfde richting gelegd (óf horizontaal/liggend óf verticaal/staand)
  9. de zonnepanelen worden vrij van de nok, de zijgevels en de hoeken van de dakvlakken gelegd, op een afstand van ten minste 50 cm of 2 pannen van hoeken/kepers of randen
  10. de kleur van de zonnepanelen is passend: afgestemd op de kleur van het dak, zonder opvallende patronen of randen
  11. de bijbehorende installaties worden binnen geplaatst en hiervoor vindt geen wijziging van het beschermde monument plaats
  12. indien het dak onderdeel uitmaakt van een repeterend (woon)blok of rij, is de plaatsing van de zonnepanelen gelijk aan die op andere delen van het ensemble, op voorwaarde dat deze plaatsing voldoet aan a tot en met k óf op voorwaarde dat hiervoor eerder een omgevingsvergunning is verstrekt.

Bij panelen op platte daken van beschermde monumenten en niet-monumenten in een Gemeentelijke Monumentale Structuur geldt:

  • Op platte daken is de afstand tot de dakrand gelijk of groter dan de hoogte van het hoogste punt van de collectoren of zonnepanelen. Uitgangspunt hierbij is dat de zonnepanelen niet zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied.
  • Alle overige delen van de installatie – zoals het watervoorraadvat of de elektrische apparatuur – staan binnen in het betreffende gebouw, waarbij er geen monumentale onderdelen wijzigen, geschaad worden, in gevaar gebracht of ontsierd worden.

Voor nieuwbouw binnen een beschermde Gemeentelijke Monumentale Structuur geldt dat:

  • Installaties zijn mee-ontworpen en op eigentijdse wijze ingepast, zowel in stijl als in materiaalgebruik als in doelmatigheid.
  • Indien de voorzieningen niet direct worden aangebracht bij álle panden die tot hetzelfde ontwerp behoren, dan moet het ontwerp van die voorziening ook voor de overige panden verplicht worden toegepast. Tenzij overtuigend wordt aangetoond dat in een specifiek geval (bijvoorbeeld een hoekpand) een andere oplossing de voorkeur geniet.

Grondgebonden zonnepanelen

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning voor de monumentenactiviteit voor zover het gaat om de plaatsing van grondgebonden zonnecollectoren en – panelen (veldopstelling) bij een beschermd gemeentelijk monument en in een Gemeentelijke Monumentale Structuur, op voorwaarde dat wordt voldaan aan:

  • De panelen worden geplaatst in het achtererfgebied dat niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied.
  • De opstelling houdt ten minste 5 meter afstand tot de beschermde onderdelen van het monument en tot de erfgrens.
  • De plaatsing is grondgebonden (op het maaiveld) en de maximale hoogte bedraagt niet meer dan 1,5 meter;
  • Het totale oppervlak is maximaal 50 procent van tuin of erf en tot een maximum van 20m2.
  • Het betreft geen beschermd groen monument of groenaanleg met bijzondere waarden.

Installaties voor energieopwek en klimaatbeheersing: vergunning onder voorwaarden

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning voor de plaatsing van installaties voor het opwekken van energie, klimaatbeheersingssystemen zoals warmtepompen en airco’s in, aan, op en bij een beschermd gemeentelijk monument en een Gemeentelijke Monumentale Structuur, op voorwaarde dat wordt voldaan aan:

  • De installaties moeten zonder (blijvende) schade aan het monument weer kunnen worden verwijderd (de plaatsing moet omkeerbaar zijn).
  • Er worden geen monumentale (interieur)onderdelen aangepast voor het plaatsen van (binnen)units.
  • De installaties worden grondgebonden in het zij- of achtererfgebied geplaatst en dit erf grenst niet aan openbaar toegankelijk gebied.
  • De installaties en plaatsingswijze voldoen aan wettelijke eisen, zoals voor geluid en milieu.
  • Voor de buiteninstallatie geldt: de maximale hoogte bedraagt niet meer dan 1 meter, gemeten vanaf de grond.
  • Het totale oppervlak van installaties bedraagt niet meer dan 2m2.
  • er is sprake van inpassing, ook qua kleur.

Laadpalen: vergunning onder voorwaarden

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning voor de plaatsing van laadpalen of laadkasten voor elektrische voertuigen, aan of bij een beschermd gemeentelijk monument en in een Gemeentelijke Monumentale Structuur, op voorwaarde dat wordt voldaan aan:

  • De installaties moeten zonder (blijvende) schade aan het monument weer kunnen worden verwijderd (de plaatsing moet omkeerbaar zijn).
  • De installaties zijn grondbebonden en de maximale hoogte bedraagt niet meer dan 1 meter.
  • Het totale oppervlak van de installaties bedraagt niet meer dan 2m2.

Glasisolatie: vergunning onder voorwaarden 

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning om een monumentenactiviteit te verrichten, voor zover het gaat om de plaatsing van isolatieglas in een beschermd gemeentelijk monument en in panden zonder monumentale waarden, gelegen in een Gemeentelijke Monumentale Structuur. Hierbij gelden de volgende voorwaarden.

  • Het vervangen van enkel glas voor isolatieglas moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1. het te verwijderen glas betreft geen historisch glas, het is na 1900 aangebracht en er zijn geen bijzondere monumentale waarden, zoals getrokken of geblazen, gekleurd of gebrandschilderd glas, of glas-in-lood
  2. de bestaande ramen en kozijnen blijven ongewijzigd behouden 
  3. de detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van glas en kozijn wijzigen niet 
  4. er hoeven geen frees- of andere werkzaamheden aan het bestaande raam uitgevoerd te worden
  5. dit wordt mogelijk gemaakt door de afmetingen van de sponning van het kozijn (het hout waar het glas in wordt geplaatst) en de afmetingen van de roeden (de houten latjes die de ramen in kleinere ruitjes verdelen)

Flexibele stopverfvervangers zoals stofverfpasta mogen worden toegepast.

  • Het plaatsen van binnenvoorzetbeglazing moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1. de bestaande ramen blijven behouden
  2. de detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur wijzigen niet
  3. er hoeven geen frees- of andere werkzaamheden aan het bestaande raam, kozijn en/of binnenaftimmeringen uitgevoerd te worden
  4. er is geen sprake van een bijzondere binnenafwerking, zoals binnenluiken, wandbespanning, aftimmering of decoratief schilderwerk die door plaatsing gewijzigd of beschadigd worden
  5. de raamindeling van de binnenvoorzetbeglazing bestaat uit één ononderbroken ruit.

Vloerisolatie en vloerverwarming: vergunning onder voorwaarden

De gemeente verleent in principe een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van vloerisolatie in een beschermd gemeentelijk monument en in panden zonder monumentale waarden, gelegen in een Gemeentelijke Monumentale Structuur, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Bij het aanbrengen van na-isolatie in de kruipruimte of op een zoldervloer, geldt de voorwaarde dat dit zonder schade is aan te brengen en te verwijderen. Ook geldt de voorwaarde dat de monumentale vloeren en constructie niet wijzigen.
  • Bij het aanbrengen van een ‘droog’ vloerverwarmingssysteem, geldt als voorwaarde dat het systeem zonder schade of wijziging van het monument is te plaatsen en weer uit te nemen. Ook geldt als voorwaarde dat het een particulier woonhuis betreft, het geen vloer met monumentale waarde betreft én hiervoor geen monumentale onderdelen zoals deuren, lijstwerk, lambrisering of schouwen, hoeven te worden ingekort of anderszins aangepast.

Wilt u aan de slag met muurisolatie, dakisolatie en/of andere situaties die niet vallen onder wat hierboven is beschreven? Dan is uw vergunning maatwerk. De gemeente beoordeelt uw vergunningaanvraag aan de hand van het ‘Beoordelingskader Duurzame Monumentenregeling 2025’. Dit kader past de gemeente toe bij gemeentelijke monumenten, bij rijksmonumenten en bij niet-monumentale panden in beschermde gebieden.